In Atelier Mediakunst II ontwikkelt de student verder het vermogen om individuele artistieke projecten te formuleren en uit te voeren. Hierbij ligt de focus op het creëren van autonome kunstwerken, zoals films, audiovisuele installaties, performances, geluidscomposities, digitale of virtuele kunstwerken, tekeningen, installaties, …
Het discours in de ontwikkeling van deze werken bevindt zich voortdurend in het spanningsveld tussen drie polen: de specifieke relatie tussen vorm en inhoud, de identiteit van de student-kunstenaar, en de artistieke en maatschappelijke plaats van het werk in de hedendaagse context.
Volgende aspecten komen aan bod:
• Het formuleren en motiveren van projectideeën.
• Het beheersen van het project in al zijn facetten van pre- tot postproductie, zowel artistiek inhoudelijk als op vlak van materialisatie en presentatie.
• Het voeren van artistiek onderzoek via werkvormen zoals het bijhouden van schetsboek of werkdossier, het schrijven van reflectieverslagen, het maken van prototypes, maquettes, proefopstellingen, …
• Het contextualiseren van projecten binnen bredere maatschappelijke kaders en relevante thema's.
• Het verkennen en experimenteren met verschillende technieken en media ter ondersteuning van het ontwikkelen van eigen creatieve oplossingen en artistieke visie.
• Verdieping van technische kennis in audiovisuele media, film- en videoproducties, geluid, visuele effecten, multimediale en interactieve kunst, narratieve technieken, etc.
• Studenten worden aangemoedigd om elkaar te ondersteunen en actief deel te nemen aan elkaars processen, van constructieve feedback tot praktische ondersteuning.
• Het opzetten en organiseren van diverse presentatievormen, zoals tentoonstellingen en evenementen, die de studenten in staat stellen om hun werk aan een publiek te toetsen. Bovendien leert men zich zo te organiseren binnen een groter geheel, waarbij men geconfronteerd wordt met praktische organisatie, deadlines, overleg met andere kunstenaars en organisatoren, techniek, redactie en communicatie.
• Het opbouwen en onderhouden van relaties met zowel interne als externe partners, waaronder samenwerkingen met andere afdelingen, studenten, docenten, andere makers/kunstenaars en externe organisaties. Hierdoor ontstaat een directe betrokkenheid bij de praktijk in het werkveld.
• Cross-disciplinaire samenwerking en het delen van vaardigheden worden gestimuleerd, waardoor studenten elkaar helpen om projecten te ontwikkelen.
• Studenten worden aangemoedigd om nieuwsgierig te zijn en de kunstwereld te ervaren door naar tentoonstellingen, voorstellingen en filmvertoningen te gaan. We organiseren met de opleiding verschillende bezoeken aan dergelijke evenementen tijdens het academiejaar.
• Hoewel de bacheloropleiding Nederlandstalig is, schakelen we tijdens groepssessies met uitwisselingsstudenten vaak over op Engels. Deze leermomenten moedigen alle studenten aan om zich uit te drukken, waardoor Nederlandstalige studenten meer zelfvertrouwen krijgen in het spreken van een vreemde taal. Dit komt hen ten goede wanneer ze zelf op uitwisseling gaan of de internationale kunstwereld betreden.
In het kader van lessen en/of projectweken kunnen optioneel verdere inhoud en/of gespecialiseerde technieken worden behandeld.